Hoopvolle verhalen van vluchtelingen

Wie zijn die vluchtelingen in onze steden? Voor mij alvast geen vreemden, maar vrienden. Soms zelfs collega’s.

Ik verwachtte hen. Begin september stuurde pater Ziad Hilal, een bevriende Syrische jezuïet, me een bericht over een Syrische familie op weg naar België. Hij had hen het adres van mijn werk in Brussel gegeven. Bij aankomst zouden ze me komen opzoeken. Op dat moment was ik in Italië, maar ik twijfelde er niet aan dat mijn collega’s hen met open armen zouden ontvangen.

Bij Jesuit Refugee Service Belgium weten we hoe vluchtelingen te verwelkomen.

Een tiental dagen na mijn thuiskomst en na enkele e-mails heen en weer, besloot ik hen op te zoeken. Als bij toeval hadden ze een plek gekregen op een boogscheut van waar ik woon, in het asielcentrum Westakker in Sint-Niklaas. Op een regenachtige zaterdagavond reed ik tot daar. Met z’n vieren wachtten ze me op aan de oprijlaan van het centrum.

Daar stonden ze dan, een beetje verweesd maar warm glimlachend. Hoewel ze even tegensputterden dat ik de moeite niet moest doen en dat ik vast nog andere plannen had, nam ik hen mee naar het centrum van Sint-Niklaas. Ik stelde hen gerust, mijn tijd was voor hen die avond. We zetten ons neer in een café en al snel waagden ze zich aan enkele Belgische bieren. De Duvel viel goed in de smaak.

Daar zaten we dan: Ammar, Salem, Amal, Hiba en ik. Het zou even duren vooraleer ik hun namen kon onthouden, hun verhalen vergat ik echter niet.

Voorzichtig zetten we die avond de eerste gesprekken in: over hoe ze tot hier gekomen waren, waarom ze gevlucht waren, hoe ze overleefd hadden tijdens de oorlog en waar ze van dromen of op hopen. Maar ook over gemeenschappelijke vrienden, over plekken in Syrië die ik bezocht en waar zij met regelmaat kwamen, over ons werk bij JRS. Want de twee zussen, Amal en Hiba, bleken collega’s van me te zijn. Jesuit Refugee Service is een internationale ngo die ook in Syrië actief is. De laatste 2 jaar werkten de tweelingzussen in een JRS-project in Mashta al-Hilou, nabij Tartous aan de Middellandse Zee. Hun broer Ammar is een bekende violist en Salem, de man van Amal, een gepassioneerde kapper.

Vriendschap gaat door de maag

De ontmoetingen rijgen zich aan elkaar. Een week later nodig ik hen bij me thuis uit om samen te eten. Na aanmoediging van enkele vrienden besluit ik het enige Syrische gerecht klaar te maken dat ik van een andere Syrische leerde: makhloubeh, mijn lievelingsgerecht met gehakt, rijst en aubergines. Een eenpansgerecht dat je, zodra de rijst gaar is, in 1 beweging moet omdraaien tot een overheerlijke taart. Gelukkig loopt het goed die avond.

Het eten wordt gretig onthaald en terwijl we samen de afwas doen, vertellen Amal en Hiba dat het al zo lang geleden is dat ze nog eens in een keuken waren in een gewoon huis. Ik besluit hen vaker uit te nodigen en sta ook af en toe mijn keuken aan hen af.

Van kapper over taxichauffeur tot vluchteling

Voor Amal en Salem, die 2 jaar geleden in het huwelijksbootje stapten, was het hun kinderwens die hen deed besluiten om Syrië te verlaten. De 2 leerden elkaar kennen tijdens de oorlog. Hoewel de situatie in hun stad Homs soms allesbehalve veilig was, nam Amal vaak een taxi om op het werk te geraken.

Het was Salem die haar op zo’n morgen oppikte en naar het werk voerde. Salem had zijn job als kapper tijdens het conflict moeten opgeven. Noodgedwongen was hij taxichauffeur geworden. De taxiritten werden talrijk. Beiden namen soms grote risico’s. Maar het klikte en wat begon met gewaagde taxiritten van en naar het werk, eindigde in een huwelijk.

Wanneer de 2 thuis aankondigden dat ze zouden vertrekken uit Syrië, aarzelden Amals zus Hiba en broer Ammar even, maar uiteindelijk besloten ze om met het koppel mee te gaan. Hun moeder moesten ze achterlaten, wetende dat de reis naar Europa fysiek te zwaar zou zijn voor haar. Hun vader hadden ze al voor de oorlog verloren aan een ziekte. Met zijn vieren staken ze de grens met Libanon over, om vervolgens vanuit Beiroet een vliegtuig tot Izmir in Turkije te nemen.

Ze waren vastberaden nooit per rubberboot naar Europa te varen. Het risico was te groot en geen van de 4 kon zwemmen. Maar al snel beseften ze dat ze niet veel keuze hadden.

In Izmir wachtten ze betere weersomstandigheden af om de overtocht naar het eiland Samos te maken. Met één van de mensensmokkelaars die zich op straat aanboden, legden ze hun overtocht vast.

De Syrische kunstenaar Jabbl Saffoon verheft steentjes tot kunst. © JS Facebook

Die bewuste avond steeg de spanning. Aangezien het om illegale overtochten gaat, vertrekken de bootjes als het al donker is. Ammar en Hiba zaten in het midden van de boot. Ze konden niets zien en ze hadden geen idee of de boot vooruit ging of niet. Salem en Amal hadden meer geluk, ze zaten aan de rand van de boot en hielden mee in de gaten of er al land in zicht was.

De vier lange uren op dat gammele rubberen bootje midden op zee voelden onwezenlijk aan. Eén van de vluchtelingen was door de mensensmokkelaar opgeleid om het bootje te besturen.

Tot 3 keer toe viel de motor stil, een technisch defect. Als bij wonder was er een technicien in hun midden die er in slaagde de motor telkens weer aan de praat te krijgen.

En zo bereikten ze na enkele angstaanjagende uren het eiland Samos. Doorweekt en huiverend, maar opgelucht gingen ze aan wal. En dan begon het maar pas…

Ontdek het werk van Jabbl Saffoon op Facebook.

Eerder verschenen op Kerknet (https://www.kerknet.be/kerknet-redactie/blog/een-advent-vol-hoopvolle-verhalen-van-vluchtelingen)

Uitgelichte berichten
Recente berichten